Gedichten

Randverschijnselen Gedicht van Bertje van Delden - Randverschijnselen

Stormwind raast
en trekt aan randen,
tart mijn gedachten,
laat het penseel tieren,
draad verwarren,
palen schrikken.

Maar het doek,
mijn binnengrens,
bepaalt de maat
van afbakening,
bedwingt de wind
en houdt de verf gevangen
aan witte wand.


 

IJsselklei Gedicht van Bertje van Delden - IJsselklei

Afgezet aan de oever
ontwaar ik
omber en karmozijn
in lemen lagen.
Mijn handen voelen
kneedbaar oppervlak.
Weldra perst
de weelderige massa zich
langs woelende vingers,
klontert in nagelbedden.
Ik ontaard
de zware IJsselklei
om nieuwe stromen te baren.


 

Ochtendgloren Gedicht van Bertje van Delden - Ochtendgloren

Ik verlies me in brede
vegen ivoren dromen,
rozerood en karmozijn,
schemerend mijmeren.
Lagen ultramarijn
doorschijnende klei
worden aards azuur in
ontwakend landschap.
Ochtendgloren
mystiek verbond
van hemel en aarde
als laatste nachtadem
ankerend in liefde
voor verf.


 

Zwemmen Gedicht van Bertje van Delden - Zwemmen

Het water wenkt en wijkt
en wervelt blauwe schitteringen
bloot.
Felle flitsen licht verspringen
als in een caleidoscoop.
Zilveren waterwolkjes scheren
langs mijn schouders.
Zijwaarts benen spreiden
en neerwaarts slag na slag
golft gedachte na gedachte
over ’t gerimpelde bestaan.
Maar gestaag bij ’t ademloos gaan
in één glijdende beweging
verdwijnt mét het lijf, even
alle zwaarte van het leven
gewichtloos onder het oppervlak,
gelijk een tijdloos magisch zweven.